17 april 2013 Reinout Van Zandycke no responses

Wat ik wil worden

Onlangs las ik het boekje 'Haagse fluisteraars' van Max Weezel. Zoals de titel al laat vermoeden gaat het boekje over de Nederlandse politiek en haar spindoctors. Doorheen het boek op pagina 55 vond ik een citaat dat mooi weergeeft wat ik later wil doen.

“Van een woordvoerder wordt niet alleen ideeën over de presentatie van het beleid naar buiten toe verwacht, hij zal ook zelf de dossiers moeten lezen. Hij zal het moeten lezen met het oog van de buitenstaander: hoe zal de kamer op een bepaald voorstel reageren, hoe zal het bij de media vallen, is er een maatschappelijk draagvlak voor? Hij speelt de advocaat van de duivel. Een woordvoerder werpt vragen op die de wereld buiten het ministerie ook zou stellen. Hij is alert op elke inconsistentie in de tekst: wat bedoelen de ambtenaren precies, welke reactie moeten we geven als er vragen worden gesteld? Als woordvoerder mag hij ook zelf niet te veel in de belangstelling willen staan. Om effectief te kunnen zijn moet je niet zichtbaar zijn. Sterker nog: je moet absoluut onzichtbaar zijn en blijven. Als een voorlichter aan al die voorwaarden voldoet, dan kan hij tot de vertrouwenspersoon van de minister of staatssecretaris uitgroeien. Op die manier functioneert hij ook als strategisch adviseur.“

Van Weezel, H. (2011). Haagse fluisteraars. Amsterdam: Balans.

Share it!
Aenean mattis venenatis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Reinout Van Zandycke